top of page
Resultaten KlimaatTrappers bekend

Resultaten KlimaatTrappers bekend

‘Hoe ver reikt het verkoelende effect van bossen op de randstedelijke omgeving?’, dat was de onderzoeksvraag van het burgerwetenschapsproject KlimaatTrappers. Vijftig inwoners van het Nationaal Park verzamelden een zomer lang data over het microklimaat in en rond het Zoniënwoud, via stationaire sensoren in de tuin en mobiele sensoren op de fiets. Onderzoekers van de UGent analyseerden de gegevens en komen in hun onderzoeksrapport tot enkele opvallende conclusies.

  1. Het verkoelende effect van bos op een randstedelijke omgeving reikt minder ver dan verwacht


Het sterk verkoelende effect van het Zoniënwoud, dat in het bos zelf tijdens hittegolven duidelijk aanwezig is, blijkt niet ver door te dringen in de randstedelijke omgeving. De stationaire sensoren in tuinen op minder dan een kilometer afstand van het Zoniënwoud registreerden slechts een beperkt temperend effect op de maximale gevoelstemperatuur. De fietsmetingen op grotere afstand van het Zoniënwoud en in sterk verstedelijkt gebied toonden geen verreikend effect van het bos op de luchttemperatuur.


  1. Vooral de kroonbedekking van lokale groene infrastructuur maakt het verschil tijdens hittegolven


Hittestress tegengaan kan door in te zetten op lokale groene infrastructuur en schaduwrijke boomsoorten in het bijzonder. De metingen wezen uit dat tuinen met meer dan 50% kroonbedekking op het warmste moment van de dag gemiddeld 6°C koeler waren dan tuinen zonder bomen. Delen van fietsroutes die langs groene infrastructuur zoals het Warandepark liepen, waren duidelijk koeler.


  1. Bossen en tuinen of parken met een dichte kroonbedekking zijn koele bastions van biodiversiteit


Hoewel het verkoelende effect van een bosmassief zoals het Zoniënwoud op een randstedelijke omgeving minder groot is dan verwacht, spelen grote, aaneengesloten bossen wel een vitale rol als klimaatbuffer. Dat doen ze door temperatuurschokken op te vangen voor organismen die anders zouden lijden onder de hitte. Microhabitats zoals wortelholtes, omgevallen bomen en schaduwrijke gebieden zijn buffers tegen hitte en droogte, waarin gevoelige soorten zich kunnen schuilhouden. Een vergelijkbare rol is weggelegd voor kleinschaligere groene infrastructuur zoals tuinen of parken. De onderzochte boomrijke tuinen herbergen met gemiddeld 37 plantensoorten en tientallen soorten bodemfauna verrassend veel biodiversiteit.



Samenvattend kunnen we stellen dat de lokale aanwezigheid van groene infrastructuur met voldoende kroonbedekking een sterker verkoelend effect heeft op de gevoelstemperatuur dan de nabijheid van een omvangrijk bos. De nabijheid van groene infrastructuur met een dichte kroonbedekking draagt bij tot een gezond en leefbaar microklimaat door hittestress te temperen, en is bevorderlijk voor biodiversiteit en menselijk welzijn. De bevindingen bevestigen de 3-30-300-regel van Cecil Konijnendijk als leidraad voor een gezond en leefbaar microklimaat. Die stelt dat elk huis zicht moet hebben op minstens 3 bomen, gelegen in een wijk met minstens 30% kroonbedekking, op minder dan 300 meter van een park of andere groenzone.


Download het beknopte onderzoeksrapport en uitgebreide eindrapport hier:



bottom of page